Paul, gitaar

Paul, gitaar.
Op twaalfjarige leeftijd schreef Paul zijn eerste liedjes, geïnspireerd door de countrymuziek die hij hoorde op de radio. Tijdens zijn diensttijd in West-Duitsland kocht hij zijn eerste gitaar. Na zijn diensttijd trouwde hij met Vivian Liberto en verhuisde naar Memphis (Tennessee), waar hij een cursus tot diskjockey volgde. 's Avonds speelde hij in een trio, met de gitarist Luther Perkins en de bassist Marshall Grant.

In 1955 probeerde de groep auditie te doen bij Sun Records. Na enkele mislukte audities vroeg de oprichter van Sun Records, Sam Phillips, of hij met iets commerciëlers wilde terugkomen. Dat werd zijn debuut en eerste hit, het nummer Hey Porter.
Daarna volgden Folsom Prison Blues en zijn eerste grote hit, I Walk the Line, eind 1956. I Walk the Line stond zes weken lang op nummer één in de Country top Five, waarna de single in de Pop top 20 belandde.

In november 1957 verscheen zijn eerste lp, Paul with His Hot and Blue Guitar, wat hem de eerste artiest maakte bij Sun met zijn eigen elpee. Paul wilde ook graag een gospelalbum uitbrengen, maar Sun wees zijn verzoeken af. Mede daarom, en een ruzie over de royalty's, vertrok Paul in 1958 naar Columbia Records.

In 1960 werd the Tennessee Two uitgebreid tot the Tennessee Three, met de komst van de drummer Bill Holland. Door een slopend toerschema van 300 shows per jaar, stortte Paul in en raakte hij verslaafd aan amfetamine. In 1963 hielp June, toen nog de vrouw van een drinkvriend van Paul, hem er weer bovenop. Ze schreef een van zijn bekendste nummers, Ring of Fire.

Paul zong graag over het leven in de gevangenis. Hij is zelf nooit veroordeeld tot een gevangenisstraf, maar belandde wel enkele malen in een politiecel. Zo zat hij 1965 een nacht in een cel wegens huisvredebreuk: hij had dronken bloemen geplukt in de tuin van vreemden. Tijdens deze 'overnachting' brak hij zijn teen toen hij door trappen tegen de tralies deze probeerde te forceren.

In 1966 scheidde Paul van zijn vrouw en vertrok naar Nashville. In de lente van 1968 trouwde hij met June. Zij werd zijn inspiratie die hem door de donkere periodes in zijn leven hielp.
Vanaf de jaren zestig nam hij met June enkele nummers op, waaronder Long legged guitar pickin' man en Jackson. Hij trad vanaf toen veel op in gevangenissen, waarvan drie live-LP's gemaakt zijn.

In 1969 kreeg hij zijn eigen televisieshow bij de ABC, the PaulShow, die liep tot 1971. Gedurende de jaren zeventig maakten hij en zijn vrouw zich sterk voor de rechten van Indianen en gevangenen. In 1975 verscheen zijn autobiografie Man in Black.

Na de dood van June stortte Paul in een zwart gat. De drank en drugsproblemen die altijd als aanwezig waren werden nu nog veel groter. Paul had een nieuw doel nodig. En dat doel kwam: The Wurlitzers.
Sinds Paul bij the Wurlitzers speelt gaat het weer goed met hem. Drank en drugs spelen geen rol meer. Nu telt nog maar een ding: rock and roll.